Relaxt zonder mondkapje

Het was weer tijd voor de wekelijkse boodschappen. Ik zag veel ouderen, zeker wel 70- en een aantal 80-jarigen, gewoon zoals altijd, samen, en zonder bescherming. Niets aan de hand. De kassier van de Aldi droeg ook geen bescherming. De mensen leken wel heel relaxed te zijn hier of zijn het geworden naarmate de lockdown langer duurde dan verwacht. Je moet het tenslotte wel een beetje leuk houden voor jezelf.

Klussen

Ik was vorige week begonnen aan het opknappen van de zijkant van een gebouw/pingpongzolder en het groen hier omheen. Deze dag begon ik met het gronden van een stalen trap. Wat een geduldig werkje zeg! Ik had me hier wat op verkeken, maar ach, tijd genoeg. ieder dag een klein stukje. Na het schilderen kon ik het niet laten om het mos te verwijderen op het dak van de opslagschuurtjes naast het gebouw. Dikke lagen mos stak ik er af, met daarbij ook deels de bovenste laag van sommige dakpannen, ze waren helemaal opgegeten door het mos. Het bleek al in geen twintig jaar te zijn verwijderd. Geen wonder dat er nu een flink aantal van heen gaten vertoonden. Dus nu hadden we er weer klus voor ons bij. Roy zag namelijk de slechte staat van de dakpannen en kwam niet veel later met veertig nieuwe dakpannen aan die nog ergens op het terrein opgeslagen lagen. Dat komt dan vast nog wel. 

Tweede paasdag in het confinement

Ik hing onze hangmat op in de appelboom die volop in bloesem stond en de veder ceder. Heerlijk soezend in de hangmat zag ik boven me een drukte van jawelste van al de bijen die de duizenden bloemen bezochten. Zulke momenten doen me denken aan het samen zijn met mijn oudste zus. Aan Europa in aan de jaren 1910-1920, terwijl ik toen niet leefde. Konden we maar als zusjes samenzijn en dan was het nu helemaal perfect geweest. Ik droomde weg zat met Liese in het met paardenbloemen en madeliefjes bezaaide veld, we bespraken de wilde planten en hun geneeskracht, Liese had een boek van Wolf Dieter Storl, een Duitse kabouter c.q. antropoloog. Natuurlijk met lange grijze baard en puntmuts. In de middag was er nog een kleine speurtocht, Roy was vergeten dit mij te melden, dus toen ze met zijn allen vertrokken en langs ons liepen en vroegen of we mee gingen, wist ik niet wat ze gingen doen en ik zat prima. Dus nee bedankt. Bleken we dus al eerder gevraagd te zijn. Na de speurtocht gingen we wel met de anderen een kop thee drinken aan de grote tafel op het terras van de camping. Lenny had. heel lief voor iedereen een paaskaarsje gemaakt, Lora had boekweit pannenkoekrolletjes met kaneel en suiker en er was voor iedereen die iets zong een chocolade lolly, ik zong niet, ik wilde geen chocola, mijn migraine van de chocolade eitjes van een paar dagen eerder was net weg .

Om twee over acht in de avond zou Macron de nieuwe maatregelen verkondigen. Dus we luisterden en keken samen met Conny en Harmen, haar vriend, naar een toespraak van zeker wel twintig minuten. Het werd er niet veel beter op. De ‘confinement’ zou nog zeker een maand duren, na elf mei zouden er weer scholen en kinderdagopvang open gaan. Horeca, festivals, cultuur en toerisme zouden zeker nog tot juli gesloten blijven. De overige winkels dan waarschijnlijk ook, net zoals de grenzen. Daar wordt je niet vrolijk van.

Ik droom steeds vaker over feesten en uitgaansgelegenheden, restaurants, gezelligheid en dat terwijl wij het nog heel gezellig hebben vergeleken met onze vrienden en familie in de steden en meer bewoonde wereld. Iedereen zit daar gevangen in hun huis. In Nederland mag je nog wel naar buiten, maar gezellig doen is uit den boze.

Digitale pasen

Pasen vier je in 2020 digitaal. Je mag niet meer bij elkaar komen. Te gevaarlijk voor het virus. Dus we hadden eerst om twaalf uur een rendez vous met mijn zussen en aanhang en mijn ouders, daarna met onze eigen kinderen. En ik moet zeggen, best handig, alleen ben je best snel uitgekletst omdat je de tijd heel effectief gebruikt, je mist de adempauzes en mijmeringen waardoor je in live-contact veel meer met elkaar deelt. Het was heel fijn om iedereen weer even gezien te hebben. Vooral het paasontbijt met Axel en Lulu was heel leuk. We zaten allemaal een gekookt eitje te eten. Roy en ik hadden eieren in drie maten, een kippenei, een gewoon ganzenei en een mega ganzenei waarvan ik niet begrijp dat eenzelfde gans de ene keer zo’n groot ei legt en de andere keer een kleiner ei.

Als we dan zo weer met zijn vieren kunnen kletsen voelt het even als vroeger, fijn bij elkaar. Dan mis ik de kinderen wel. Lulu liet me zien dat ze zelf haar haar had geverfd en de zijkanten had weggeschoren, iets wat ik voorheen deed. Ik mis dat, grooming, quality time.

Dan denk ik aan wat ik tijdens een lezing op de emigratiebeurs een aantal jaar terug hoorde, dat emigreren niet zo moeilijk is, maar het achterlaten van je kinderen wel, en dan vooral voor de vrouwen, die willen vaak na een aantal jaar weer terug, zeker als er kleinkinderen komen. Op dit moment miste ik alleen de kinderen, maar niet zo erg dat ik terug wilde. We hadden nog zoveel te zien en te doen. Het idee om weer naar Rotterdam te moeten, nee dank je. Als ik aan Rotterdam denk, zie ik de ondergrondse vuilnisbakken voor me waar altijd vuil naast gegooid wordt, ik zie de roltrappen van de Maastunnel waar allemaal stickers met boze en agressieve leuzen op staan. In de stad is zoveel onvrede en rommel, dat besef ik me steeds meer naarmate we langer weg zijn. Al was het nu wel het andere uiterste. Het was nu soms echt wel wat saai, maar nooit boos of agressief. De prikkels die we hier op het platteland kregen waren het gekwaak van kikkers, het gezang van de nachtegaal, het geloei van de koeien, het gesnater van de ganzen, het ‘s nachts blaffen van de hond, het mekkeren van de schapen en lammetjes, spelende en soms huilende kinderen en ouders die over het terrein lopen op zoek naar die kinderen, of het knuffeltje van die kinderen. Weer? Ja hij is weer zoek. 

Vanmorgen ging ik even achter de gite zitten, daar heb je uitzicht op een klein valleitje met veel bomen. Ik zag wel tien Vlaamse gaaien voorbij vliegen, ik dacht dat ze altijd hooguit met zijn tweeën vlogen, ik hoorde heel veel soorten vogels waarvan sommige klonken als computerspelletjes vol met rare poinpoingpoing fuiettrrrrr geluiden. Het was betoverend, tevreden liep ik terug naar de camper, dan voelt zo’n migraine toch een stuk minder zwaar. 

Verder was het een dag om uit te rusten, een film te kijken en wat te slapen. Het was heerlijk rustig. Tegen zes uur kregen we nog een uitnodiging van Cedric om naar het “Musee de Experience” te komen kijken, we moesten wel’ emmener sou’, centen meenemen. Het woord wat ik deze week heb geleerd: ‘sou’, cent. Het museum was in een speelhuisje waar Cedric en Luca samen allemaal spulletjes hadden die ze lieten zien. Een bakje water met een scarabee larve en wat plantjes, een tekening, een bal, een plankje met een losse schroef erop, die volgens het verhaal van Cedric helemaal uit Spanje kwam, heel speciaal, een zelfgemaakte ‘fiets’, een plankje met daarop allemaal lavasteentjes. Natuurlijk kregen ze steeds een woordenwisseling over wie wat mocht laten zien. Een klassiek geval van de jongen die de baas wil zijn en wil dat het meisje alleen de spullen aan mag geven en het meisje dat dat niet pikt. He, we zijn wel in 2020 ja. Partager, ensemble, kom kom: moeilijk! 

Ik gaf ze allebei wat ‘sou’ en we vertrokken richting het weiland met de schapen en de lammetjes, zo leuk! Dit keer stonden de witte koeien met hun kalveren aan de overkant van het schapenveld en een hele grote stier met super grote ballen. Hij maande de koeien om niet te dicht bij de heg te komen waar wij stonden, met een paar snuiven en een resolute houding dirigeerde hij de groep meer richting het weiland. Ik had mijn rode jurk met witte stippen aan, ik zou dat als stier ook niet als veilig hebben ervaren, dan kun je maar beter je kudde beschermen. 

Vogels in en op het land

We werden vanmorgen wakker met geweerschoten! Het bleef een uur of twee aanhouden. Het is geen jacht seizoen. “Misschien heb ze iets ingezaaid en houden ze zo de vogels van het land”, zei Roy. Laten we het daar maar op houden. 

De afgelopen dagen is er weer activiteit op het land om ons heen. Er wordt gemaaid en er verschijnen plastic hooi bundels op het land. Er wordt geploegd en geëgd, gezaaid en gelegd. Het is niet stil meer. Het voorjaar is volop in actie! In de wei tegenover La Caille staat een veld vol schapen met heel veel lammetjes. Het is op een kilometer afstand, maar deze ochtend hoorde ik de lammetjes vanaf hier blaten. Gelukkig wel om een beetje normale tijd, rond 9 uur, de koeien hoor ik iedere ochtend rond vijf uur, aan de andere kant van de weg. “Wij willen gemolken worden en naar buiten!”. 

Sinds we hier zijn, is er ook een vogeltje dat we regelmatig horen met een heel herkenbaar fluitje, echt een deuntje, we weten niet welke vogel het is. Het zou zo maar de zwarte roodstaart kunnen zijn omdat er hier een paartje huist. De nachtegaal is ook gearriveerd, ik werd er gisteren op gewezen. Dus toen ik vannacht wakker werd hoorde ik niet alleen de kikkers (die gaan dus heel de nacht door!) maar ook de nachtegaal. Het zou zo mooi zijn, ik hoorde een mix van kikkers en hier en daar de nachtegaal en maakte er geen wijs uit. Het enige wat ik dacht is: Ja, het klopt, de nachtegaal zingt ‘s nachts, als ik probeer te slapen..

Tigrou de kat ligt in de camper te snurken. Er wonen hier vier katten, drie van het nestje van vorig jaar en een kat die er al was. Eén kat woont bij Lotte en Arnaud, Tigrou is graag onder de mensen, de andere twee zijn erg op zichzelf. Roy wilde geen dieren in de camper, maar ik vind het gezellig, zo huiselijk! Dus als ik in de camper ben, mag hij binnenkomen en op de bank liggen, net zoals mensen vindt Tigrou het fijn om binnen op een zachte bank te liggen. Roy geeft zich snel gewonnen, er valt toch niet tegen zo’n vrouw op te boxen. Kat binnen?  Ok, kat binnen. Bagel de beagle heeft ook menselijke trekjes, hij komt je huis binnen om eten op te halen. Hij is totaal niet in mensen geïnteresseerd, alleen in eten. Als je de deur niet goed dicht doet, haalt hij vuilniszakken en prullenbakken leeg. De afgelopen dagen is hij zelfs gaan hamsteren, althans, hij deed er pogingen toe. Wij mensen snapten niet dat hij aan het hamsteren was, iets wat in deze corona tijd helemaal niet zo gek is en dus pakten wij zijn vondsten af. De eerste keer was een hele grote reep chocolade, uit de camper van Carole en Michael, gelukkig kwam hij Roy tegen die de chocola van hem aannam (gelukkig! want chocola en honden gaan echt niet goed samen!)  de tweede keer een zakje maïsmeel van Lotte en Arnaud, dit keer had Conny het onderschept. De derde keer een zakje couscous, ook van Lotte en Arnauds huis, de kinderen hadden de deur open laten staan. Ik kwam net van een kleine wandeling terug en daar stond Bagel met een dichte zak couscous in zijn bek. Hij keek me aan van: “O jee, nu sta ik hier met een zak couscous in mijn bek, dat snappen ze vast niet.” Dus ik zeg: “Ja, geef maar hier. Zo doen we dat hier niet, we gaan wel eerlijk delen.” Waarop hij dan ook direct loslaat. “Yo, geen probleem, ik doe niets weet je, als jij dat wilt, even goede vrienden toch.” Zo pikt hij ook ganzen- en kippeneieren. Hij loopt sneaky naar het leghok als er niemand is, momenteel in een oude stal omdat het kippenhok wordt gerenoveerd, pakt een ei, en snoept deze snel op. Is er toevallig wel iemand in de buurt als hij buiten komt, dan houdt hij het ei voorzichtig in zijn bek en geeft hem aan je als je er om vraagt. “Vriend, wat je wilt,… wat jij wilt. Ook goed joh…” als een sufgeblowde zwerver in de stad. Je kunt het altijd proberen toch. 

Wilde planten thee

Ik maak graag gebruik van de bloemen en planten om me heen. Gisteren heb ik paardenbloemen knopjes geplukt en op azijn met dragon gezet. Experimentje, ik hoop dat het lekker wordt. De brandnetelwortels die ik uit een sterk overwoekerde border hebt gehaald in de hoop dat de brandnetels dan een paar maanden weg blijven, heb ik laten drogen en vandaag met een hamer geplet en in kleine stukjes getrokken, voor brandnetelthee, goed voor de prostaat, die ik niet heb. Vochtafdrijvend, wat ik niet nodig heb. Goed voor de nieren, tja, ok. Maar goed, wel leuk om te doen en wellicht kan ik er iemand blij mee maken, ik ga het mengen met andere planten die goed zijn voor de nieren. Nierthee.

Ik heb ook kleefkruid gedroogd dat groeit overal als een malle, goed voor de keel, waar ik nu ook geen last van heb. 

Aan het eind van de middag zijn Roy en ik nog over het terrein van de moestuin gelopen, achterin de sleedoornhaag staan oude landbouwwerktuigen. Roy wil ze eruit halen en ergens mooi neerzetten. Maar ja, sleedoorn is echt verschrikkelijk, het heeft doornen van zo’n 2 cm. En nu blijkt dat voor een oude tractor in de bosjes ook nog twee meter bramenstruiken staat. Nou, daar moet je wel echt zin hebben. ik weet het niet hoor.

We gaan naar de camper, zetten alle ramen open en vergeten wat we net hebben gezien. Tijd voor hamburgers met groenten. 

Houd je rug recht!

De dagen glijden voorbij, ik begin de tel kwijt te raken. Zou het door de zon komen? De laatste drie dagen is het ineens zomer in april. Vierentwintig graden, blauwe hemel en alles is anders, meer ontspannen, langzamer en we krijgen een vakantiegevoel over ons. Doordat het nu wat warmer is in de ochtend, de thermometer geeft bij het opstaan vijf graden warmer aan, zeker al tien graden, hoeven we de kachel niet meer aan te doen. Ik laat mijn krakkemikkige lijf uit de alkoof glijden en doe eindelijk dat wat ik me al maanden voorneem, de ochtend beginnen met yoga, want o,o,o, wat ben ik stijf! Waarom heeft niemand me verteld dat je, als je vijftig wordt, je van de ene op de andere dag van die stramheid krijgt? Ik had nooit ergens last van, totdat ik vorig jaar door mijn rug ging, die rug doet nu iedere dag pijn, en als ik opsta kan ik zelfs mijn sokken haast niet aandoen omdat ik mijn rug moet buigen. De pijn in mijn knie die ik kreeg toen ik een paar maanden terug ging twee uur ging fietsen is gelukkig weg, maar dat komt ook doordat ik nu al nauwelijks gefietst heb afgelopen maand. Het laatste, en dan hou ik er over op, wat ik had voordat we weg gingen was pijn in mijn hart als ik langer dan tien minuten heel hard fietste. Dat doe ik ook niet meer, dus ook geen last meer van gehad.

Maar ja, allemaal tekenen van: Ja, mevrouw, moet u ook niet zo lang op de bank zitten met die computer van u. Ik vond het afgelopen maanden te koud om iets van yoga te doen, in de camper kan het niet en buiten of in de onverwarmde gite was het niet te doen.

Nu wordt ik wakker, drink een glas water, zeg goeiemorgen tegen de paarden tegenover de camper, leg mijn yogamat in het met paardenbloemen bezaaide gras. De paardenbloemen zijn nog niet wakker als ik begin met de yoga, twintig minuten later, zijn de bloemblaadjes net als mijn lichaam ontvouwt. Zij en ik kunnen weer stralen. Alsof ik een bloem ben en we samen ons klaarmaken voor een zonnige dag. Het enige verschil is dat de paardenbloemen na een paar dagen verworden zijn tot pluis en zij zich mee laten varen door de wind en ik de wind aan me voorbij moet laten gaan. Dat ligt niet aan mij, maar aan Macron, of aan koningin Corona. 

Het simpele leven op de boerderij

Dat je zo in de namiddag, na je computerwerk, dat wel, in de schaduw op een bankje zit te kijken naar een haan die drinkt uit een pan water. Ieder slok die hij neemt is denk ik zo groot als een paar druppels. De manier waarop hij drinkt is best ingewikkeld. Hij pikt het water op, slaat zijn hoofd achterover en schudt wat heen en weer, alsof hij niet kan slikken en de druppels water naar achter en beneden moet schudden. Dit doet hij wel zo’n twintig keer achter elkaar. Tot hij mij spot. Hij draait zijn hoofd, kijkt me met één oog aan. Ik zeg:“Hallo, ja ik ben er ook” Vervolgens kijkt hij me met zijn andere oog aan en loopt met geheven hoofd weg. Alsof ik hem ergens op betrapt heb. Dan zit ik daar en denk ik aan vroeger. Dat ik nog bij mijn ouders woonde. Dat we kippen hadden in onze tuin van ons rijtjeshuis. Dat we altijd in de tuin konden zitten en ik de honden uitliet in de polder. Dat ik dat zo gewoon vond. En dat ik dat al die jaren in de stad zo gemist heb. Ik wil echt niet terug naar ons bovenhuis in Rotterdam. Het voelt zo goed en natuurlijk om zo buiten te zijn, thuis was ik nooit buiten, alleen als het echt nodig was. Boodschappen doen en dan in het weekend met mooi weer naar het bos of de duinen. Wat ook vaak niet doorging omdat ik migraine had.

 

Het blijft een beetje giswerk, maar ik heb sinds we op la Caille zijn geen echte migraine meer gehad. Toen we aankwamen had ik al vier dagen migraine, toch stress denk ik. Ik zat ook zes dagen verstopt. De klassieke vakantie obstipatie. Vervolgens werd ik toen ongesteld en heb ik geen migraine gehad, wat normaal gesproken altijd het geval is. Nu ovuleer ik en alleen de eerste dag licht migraine wat met een half pilletje klaar was. Ik kon geen koolhydraten of suiker verwerken, dat was vaste prik voor het opwekken van een aanval. En nu heb ik gisteravond nougat gegeten, en nog geen migraine. 

Mijn idee is dat het de sopropo is die ik nog steeds braaf iedere dag neem. (Ik heb nog twee zakken in de vriezer liggen, van de Rotterdamse toko.) Geen insuline resistentie meer? Een jaar lang carnivoor en keto eten heeft zijn vruchten afgeworpen, de sopropo deed de laatste stap. Ik kan ook weer wat brood en rijst eten, en ja ook koekjes, erg gevaarlijk.

Nou ja dat dus. Ik moest het er toch een keer over hebben omdat het mijn leven beheerst. Het is waarom ik het werk doe wat ik doe en waarom we een jaar lang onderweg zijn. Geen stadsstress van al die mensen en de bergen wifi. Thuis hadden we zo vijftien wifi punten om ons heen. Hier ‘slechts’ vier, waarvan je meestal maar bereik hebt van twee, die ook regelmatig wegvallen.  We volgen onze droom, maar tegelijkertijd wil ik ook laten zien dat het kan, althans, dat we denken dat het kan, we zijn nog maar een maand weg en staan zo stil als een huis. We zijn toch maar lekker mooi buiten in de natuur. 

Roy wilde sowieso al reizen vanaf de dag dat ik hem strikte. Zijn tekeningen lieten zeppelins en boten zien. Hij deed al die jaren wat hij moest doen om ons van een hoofdinkomen te voorzien. Maar na de zoveelste winter waarin de inkomsten zo laag waren dat hij in januari in een winterdip zat, zowel mentaal als financieel, besloot ik om op zoek te gaan naar een plek in de natuur waar we konden verblijven. Roy moest weg uit de stad, hij moest vogeltjes spotten, bouwen, iets creeren. En zo kwam ik twee jaar terug la Caille op het spoor. We hadden het plan om er te gaan wonen, maar na anderhalf jaar wachten op een huis wat vrij moest komen uit een erfenis besloten we dat dit toch niet het begin zou zijn van onze nieuwe levensfase. De kinderen de deur uit en wij op pad. We bedachten dat we ook in een camper konden wonen, zo waren we mobiel, konden we op la Caille zijn als we dat wilden en reizen wanneer we dat wilden. We hadden altijd ons huis bij ons. Roy vermaakt zich hier uitstekend. Vanmiddag en ook gistermiddag is hij bezig geweest met het zoeken naar een beverrat die hij vorig jaar heeft begraven. Hij heeft inmiddels vier gaten gegraven op plekken waarvan hij dacht dat het dier hier zou liggen, maar helaas, niet gevonden. Morgen…Cedric van zes, gelooft het niet helemaal. “Je zei gisteren ook al morgen.” -”Mm, ja, maar nu is het echt morgen.“

Onze dagen krijgen vast rituelen. Langzaam wakker worden, rond tien uur aan het werk tot een uur of drie of vier, dan beetje relaxen of in de tuin werken. Rond vijf uur wat lezen, tekenen en schrijven. Eten en daarna weer lezen of een film/Netflix kijken. 

Door de lockdown gaan we nergens heen, hoeven we verder ook niet na te denken. We doen ons ding en het is heel ontspannend. Ik denk dat de lockdown voor alles en iedereen goed is.

 

Terug naar de basis. En ondertussen houdt iedereen zijn hart vast, wat gaat er gebeuren in mei? Kan de samenleving dan weer op gang komen of zijn er zoveel bedrijven failliet dat onze economie opnieuw ingericht moet worden?

 

Weg met al dat geprik

Het is namiddag en mijn handen prikkelen en voelen een beetje hard aan, mijn nagels zijn zwart en ik heb geen zin om ze schoon te maken. Ik ben moe. Wel gezond moe, van fysiek werk. Gisteren zat ik voor de camper en keek uit op de achterkant van de stal, waar in de bovenverdieping ‘de pingpongzolder’ is. Een ruimte met een pingpongtafel, oude fitness apparaten, een bank en een stoel  en wat speelgoed. Een hangout voor pubers. Ik keek uit op de ingang, een houten trap ondersteund door grote oude muurstenen. De trap is volgens de brandweer niet veilig en mag officieel niet gebruikt worden. Er wordt hierdoor haast geen gebruik gemaakt van de zolder, er zijn hier ook haast nooit pubers. Het is echt zonde want er zit zelfs een verhoging in de ruimte die kan dienen als podium. Doordat de ruimte geen echte werkende functie heeft, is het onderhoud rondom de trap verwaarloosd. Ik zat zo naar al het verwilderde groen te kijken en begon na de lunch met het schoonmaken van het grove stenen platje voor de trap. Ik schrobde met een staalborstel het mos en aarde eraf. Trok de wortels en onkruid uit de hoeken en spoelde alles schoon. Vervolgens zag ik dat rondom de trap waarschijnlijk een pad is geweest, wat nu alleen maar hoog gras is. De plantenbak in de hoek was ook niet meer te herkenen, het was een overwoekering van brandnetels gras oude dode takken van een plant in de hoek, vermengd met een klimroos, een kiwi en een druif. Van het een kwam het ander en voor ik het wist was ik in gevecht met de brandnetels. Alle wortels moesten eruit (dat lukt natuurlijk nooit en over een maand zullen er vast wel weer brandnetels staan), het gras moest eruit en de planten gesnoeid. En zit ik dan nu met prikkelende handen omdat de dunne tuinhandschoentjes de brandnetelprikken niet tegenhielden. Na het ontbijt heeft Roy de onderkant van de trap bekeken, daar waar het gevaar zou kunnen zitten, de traptreden zijn iets verschoven ten opzichten van de zijkanten. Hij zaagde een aantal houten blokken, vulde de gaten op. Gisteren hebben we er al twee stempels ondergezet et voila, de trap is best weer veilig. We weten natuurlijk niet wat de brandweer daar van vindt.

Het aanzicht op de trap is nu weer fijn, je ziet een plantenbak, waarin, onder de bladeren en de brandnetels, zelfs een hosta tevoorschijn kwam. 

Twee halve dagen heb ik er aan gewerkt en nu ben ik voldaan moe. Genesteld op de bank. In de camper is het 25 graden, vandaag is de eerste dag dat we geen kachel aan hebben gehad. Fijn!

Roy zit aan zit aan tafel te tekenen. Iets met een man die een ballon als hoofd heeft waar een druppel aanhangt, door alle medicatie die hij moet nemen. Roy is nog steeds de video’s van Janet Ossebaard aan het verwerken. De video’s die wel een en ander duidelijk maakten, maar aan het eind een erg pro Trump wending kregen waardoor het een en ander weer zo ongeloofwaardig werd. Theorien, aannames. We zullen zien. We maken ons er niet zo druk om. 

We zijn nu iets meer dan een maand onderweg, waarvan nu bijna een maand op een vaste plek. We hebben allebei moeten wennen aan het 24/7 bij elkaar zijn. Het tegelijkertijd naar bed gaan, omdat we anders over elkaar heen moeten klimmen. Het om de beurt tanden poetsen omdat de badkamer te klein is voor twee personen. Het elke dag moeten afwassen omdat we anders simpelweg geen spullen meer hebben. En dan ook nog aan het feit dat bij iedere stap die je zet, de camper heen en weer schudt. Ondanks dat we de stabilisatiepoten hebben uitgedraaid. Het is zelfs zo’n gewiebel dat als je in bed ligt en de ander de tanden poetst, je in bed heen en weer schudt. 

We moesten wennen aan het leven op La Caille, hoeveel werk doen we voor onszelf, hoeveel voor La Caille, in ruil voor ons gebruik van water en electra? Hoe gaan we met de andere bewoners om? Het is toch anders dan voorheen, toen waren we hier hooguit tien dagen, met het idee dat we thuis wel weer gingen werken aan ons eigen bedrijf. Nu moeten we hier elke dag ook ons eigen werk doen. Voor mij blijkt dat best veel te zijn. Ik ben wel drie dagen per week sowieso bezig met mijn clienten en dan heb ik nog niet eens mijn schrijf- en ontwerpwerk gedaan. Dan kom ik dus helemaal niet toe aan tuinieren voor La Caille. Het is nu weekend dus ik ben vrij en ik kan doen wat ik wil. Doordeweeks vind ik het fijn om, na uren computer en denkwerk, aan het eind van de middag wat in de tuin te werken.

Roy schildert dag in, dag uit zo’n vier uur per dag omdat we nu met de lockdown tijd genoeg hebben en hij klust samen met Conny aan kleine opknapprojectjes.

En zo vinden we onze draai. Ik schrijf, Roy tekent. We komen zo weer toe aan onze eigen dingen, eigen wereldjes. 

De dagen lengen en het is warmer, dat maakt alles een stuk makkelijker en aangenamer.

Eyecandy

Ik nestel me op de bijrijderstoel, en zet de rugleuning iets naar achter om wat meer ontspannen te kunnen zitten. Met een boek op mijn schoot droom ik even weg naar een wandeltocht in Wales. Het boek gaat over afzien en jezelf tegenkomen en dat je veel sterker bent dan jezelf denkt. Vandaag zijn we niet sterk. Gisteren trouwens ook niet. Ik was in de Aldi en had een sterke behoefte allemaal koekjes en zoetigheid in de kar te gooien. Wat ik ook gedaan heb. Na de Aldi stond ik in de Carrefour voor het koelvak met verse patisserie, althans, fabrieksdingen zoals flan, vanillepudding gebakken met een korstje, appelflappen en eclairs. Zal ik? Nee, toch maar niet gedaan. Ik wist dat dit mijn hormonen waren die spraken en dat ik me er niet beter van zou voelen en bovendien had ik al koekjes gekocht. Voor Roy. Maar zoals later bleek: ook voor mijzelf. Gisteren was een dag om te vergeten, zon, grijs, zon, grijs. Nergens zin in. Het boodschappen doen en een kwartier bij de magazines afdeling al die geweldige uitgaves en magazines te bekijken, deed me goed. Ik kocht er een, als kado. 

Eenmaal weer thuis nam ik thee met koekjes. En om toch iets nuttigs te doen op klusgebied schilderde ik het boekenkastje nog een tweede keer. Vanochtend kon ik hem dan toch weer in elkaar zetten en de boeken terugzetten, want ja, die stonden toch wel in de weg.

We slapen prima in de camper, maar vanochtend stonden we allebei met een lichte hoofdpijn op. Bij mij weet ik wel waarom: koekjes in combinatie met ovulatie. Dan heb ik een onbedwingbare behoefte aan suiker en koolhydraten, en het laatste wat ik moet doen, is daar aan toegeven. Doe ik dat, dan kun je wachten op migraine. En zo hier op het platteland, met elke dag hetzelfde uitzicht en toch ook nog wel het lichte vakantiegevoel, vind ik het erg moeilijk om er niet aan toe te geven. Dus vier speculaasjes en drie vlinderkoekjes(palmiers) verder, ga ik heel voldaan naar bed. Om de volgende ochtend laat wakker te worden met een lichte hoofdpijn. Daar komt het. Roys hoofdpijn hoofd dan weer niet met hormonen te maken, waar dan wel mee? Weten we niet, het ging ook weer weg, dat is wat telt.

En omdat het mooi maar koud weer is, besluiten we de dag te beginnen met een wandeling. We lopen een rondje om het terrein, langs de Chamaron in de hoop nog reeen te spotten. Het is bijna windstil en al negen uur, dus die reeen zijn allang van ons heen gelopen. Het enige spannende wat ik zie is een uitgebloeide paardenbloem met mooie dauwdruppels erop en Roy die zoals meestal in de rondte tuurt door zijn verrekijker. Ik vind het altijd een leuk gezicht. Dat hij daar dan zo staat met zo’n ding voor zijn ogen, op zoek naar vogels. Dan ziet hij er wel interessant uit. Hij ziet niets bijzonders. “Deze wandelschoenen zijn dus niet waterdicht” zegt Roy terwijl we door het grasland lopen. Toen we hier een maand terug aankwamen was het gras nog vrij kort, nu is het zeker al 25 cm. Mijn schoenen voldoen prima. We lopen naar de weg en gaan terug naar de huizen. Als we langs de gite lopen, zitten Clarice en Martin op het terras, aan de koffie. We drinken een kop koffie en thee bij hen en Clarice legt hun plannen uit, hun plan was om net als wij, een jaar te reizen, langs ecogemeenschappen en eco-bouwtechnieken te leren. Nu willen ze op La Caille blijven, omdat ze hier alles hebben wat ze nodig hebben. Ruimte, mensen, werk. 

De zon schijnt fel en ik zit daar zonder hoed en mijn hoofdpijn wordt sterker. Na een half uur houden we het voor gezien. Roys hoofdpijn gaat ook maar niet weg. Hij duikt weer in bed en  ik in een boek, op de bijrijdersstoel. 

Iedere keer als ik een boek ga lezen, denk ik, ik zou ook kunnen tekenen en schilderen. Maar dat doe ik dus niet. Ik heb allemaal papiersoorten, aquarelverf en tekenspullen meegenomen. We een kastje vol en daarnaast nog een schilderskist. Toen we nog thuis waren ben ik begonnen met schilderen. Om het weer eens op te pakken. Maar tekenen om het tekenen vind ik dus niet leuk. Roy wel, die kan, zoals gezegd, zo zijn eigen fantasiewereld creeren. Ik ben niet van de fantasie. Ik ben erg pragmatisch. Het moet nut hebben anders heb ik er geen lol in. Zonde van mijn tijd. Schrijven daarentegen, gaat van een leien dakje. Toch wil ik meer schilderen. Alleen dan meer ontwerpen, stofontwerpen, mode ontwerpen. Ik merk dat ik daar steeds meer interesse in heb. Ik verzamel al jaren mooie modefoto’s op Pinterest. Eyecandy. Modeporno. Een feest voor het oog. Bonte kleuren en patronen. Heerlijk vind ik het. Om vervolgens lamgeslagen wat te gaan tuinieren. 

Ik ben toch zo benieuwd wat komend jaar gaat brengen. Toch veel werken? Het is best druk de laatste tijd. Meer schrijven? Meer tekenen? Of in de zomer vooral buiten zijn en lekker koken. 

Roy wordt wakker. Ze gaan de maan slopen. Dat zeiden de buren van mijn werkplaats in mijn droom. “Ja, die maan gaan ze slopen joh!” Schiedammers, die zeggen overal ‘joh’ achteraan.