Heksen als cultuurmoment

Iedere nacht droomde ik van feestjes, festivals, familie, theater, gekkigheden, mooie architectuur. En iedere ochtend werd ik wakker en dacht: O ja, ik zit in een camper, op het platteland. Ver weg van iedereen, van cultuur, van kunst. Dan denk, o kut, ja,er is hier niets. Wat kan ik doen? Iets schilderen, onkruid wieden.. Daar had ik helemaal geen zin in! Ik wilde input. De afgelopen dagen zat ik veel op de computer. Er was hier wel iets, maar alles was dicht, al kon ik maar even naar het theaterkostuum museum of het illustratie museum gaan, naar een jazzconcert of een expositie. Dat kon in principe allemaal in Moulins, op slechts twintig kilometer afstand. Maar niet nu. 

Het was nu aan het aftellen naar elf mei, dan konden we in ieder geval weer eens een rondje door Moulins rijden. De winkels waren dan weer open, de musea nog gesloten. 

Ik moest me gewoon nog even overgeven aan het simpele leven, de cultuur die ons de komende nacht stond te wachten was een Duitse traditie, Heksennacht. Liese gaat dan met tien vriendinnen een kampvuur maken en zingen en dansen. Geen idee hoe lang zoiets zal duren. Ik weet niet hoor, ik heb niets met heksen, ik wil vanavond gewoon slapen. morgen is het vriendschapsdag, één mei. de dag dat men met zijn allen het bos in gaat om lelietjes van dalen te plukken, de bossen worden dan massaal leeggeroofd en de bloemetjes verkocht op de rommelmarkt. Maar dit jaar zijn er dus geen rommelmarkten, dus hopelijk blijven er wat meer lelietjes van dalen in het bos staan.

Boeren sushi

Een grijze regenachtige dag, ik vulde het met internet, werkte aan mijn website en keek nog wat via Google Maps naar oude Franse dorpjes. Het begon te jeuken, ik wilde verder. Dus ik droomde en vulde mijn hoofd met plaatjes.

Aan het eind van de middag kwam ik weer terug op de wereld en bereidde ik in de keuken van de gite een sushi ‘workshop’ voor. Vorig jaar had ik mijn sushispullen hier achtergelaten. Een complete doos met sushi spullen voor acht personen. Ik had het vorige week aan Liese laten zien en zij opperde om met zijn allen sushi te gaan maken. Toen ik de keuken in kwam was Liese rijst aan het koken, samen met Martin was ze rijstmelk aan het maken. Ze kookte rijst, maalde het met water en vijgen fijn in een blender en zeefde het, door het door een koffiefilter te gieten, zonder papieren filter.. Ik had nog niet eerder gezien dat iemand de rijst eerst kookte, volgens Liese was dit de manier zoals zij het kende, en aangezien er geen hoge snelheidsblender op La Caille is, misschien ook wel een goede manier, het nadeel hiervan is wel dat er veel vezels in de melk komen en de melk een soort rijstepap wordt. Als je rijstmelk maakt doe je er een dadel of vijg doorheen, voor de zoetigheid. Dan heb je al veel koolhydraten en voeg je er nog suiker aan toe ook. 

Vandaag was dus een koolhydraat dag, ik bereidde me op het ergste voor, dat ik me de volgende dag brak zou voelen, zoveel koolhydraten, suiker, sojasaus, sesam, allemaal dingen die bij mij niet goed vielen. De keuken was dus vol met rijstmelk. Ik begon met de voorbereidingen en kookte een kilo dessertrijst. Er was geen sushirijst in de winkel en had dan maar dessertrijst gekocht, dit is ook rond en papperig, dus vast net zo goed. Na het koken voegde ik erythritol (nepsuiker) en appelazijn toe, als vervanging voor rijstazijn en mirin. Het smaakte prima. Ik bakte de kip in sesamolie en maakte een teriyaki saus zonder de teri en zonder yaki, in ieder geval zonder mirin en saké, alcohol die er normaal gesproken ingaat, want dat hebben ze hier op het platteland ook niet. Ik mengde zoete ketjap met gember, knoflook en sesamolie, dat was het. Desalniettemin was het erg lekker. 

Een uurtje later kwamen de andere bewoners en de kinderen. We sneden de groenten, maalden de rode kool heel fijn voor een rawfood sushi versie. En omdat er maar één pakje nori zeewier in de winkel was, knipte Lora snijbietvellen. In de kas op La Caille had Lora veel snijbiet staan en sommige bladeren waren al gigantisch groot. Het waren ideale bladeren om iets mee in te pakken. En de geknipte vierkante vellen snijbietblad waren op zich al haute cuisine om te zien. De mooie witte en gele nerven op zijn groen vierkant vlak, heel mooi. De snijbiet plakte niet zo goed als de nori, maar als je wat rijst gebruikt kon je het daar ook mee dicht plakken. De rawfood sushi maakten we dus van fijngemalen rode kool. Hier knijp je het vocht uit met een kaasdoek. Vervolgens doe je er granaatappelmelasse, tahin, chili peper en zeezout naar smaak door, zodat je een pittige en hoog op smaak gebrachte plakkerige rode kool mix hebt. Deze rolden we in de snijbiet bladeren met als vulling een reep mango. Als vulling voor de gewone sushi hadden we wortel, komkommer, kip, zalm, omelet en gekookte rode bietjes. Doordat we met acht man sterk rolden hadden was het werk redelijk snel gedaan en konden we genieten van een grote tafel overladen met borden vol sushi. We aten tot we omvielen, je bleef er van eten. Doordat we ook rawfood sushi hadden en we ook redelijk wat kool aten, bleef het een fijne maaltijd met toch ook behoorlijk wat groenten. Na de afwas draaiden we in de keuken  samen met Martin en Liese nog wat oude jaren tachtig en negentig muziek; The Cramps, Run DMC, Rage Against The Machine, The Buzzcocks, The Presidents. En ik mag niet vergeten te melden dat Liese nog een lichtshow gaf met een hele grote marjorette stok waarvan de uiteinden branden. O, wat had ik dat even nodig! Het was een fijne avond en ik was de volgende dag niet ziek. I love the countryside wel weer.

Nieuwe confinement maatregelen

Vandaag zouden de nieuwe confinement maatregelen aangekondigd worden. Van het confinement naar het déconfinement. Het langzaam weer terug naar normaal gaan. Bij het idee dat er ergens licht gloort aan het eind van de tunnel, begon ik de dag met wegdromen. In mijn mailbox zat voor het eerst sinds maanden een bericht van een lokale makelaar met een mooi huis in Bourbon L’Archambault, hier vijf kilometer vandaan. Ik had een jaar terug een alert ingesteld op de website van de makelaar en ik ontving dan hooguit drie keer per jaar een mail met een huis in de buurt. Van de website van de makelaar klikte al snel door naar andere regio’s en voor ik het wist was ik dorpjes in Zuid Frankrijk aan het bekijken. Wat hebben we allebei zin om naar het zuiden te gaan! Ik merkte dat ik nu wel eens andere mensen wil leren kennen. Vanmiddag deed ik boodschappen en ik zag mensen in de winkel, maar verder ging het niet. Na de boodschappen zat je dan weer een week naar de boom voor de camper te kijken. 

Vanaf drie uur kondigde Edouard Philippe,de premier, de nieuwe maatregelen aan. Er waren gebieden met code groen en gebieden met code rood. In de code groen kon men al sneller van wat vrijheden genieten. Naast dat de basisscholen weer opstarten, mogen ook de winkels open en mag je je tot honderd km vanaf je huis verplaatsen mits je binnen het departement blijft. Dit alles geldt dan vanaf elf mei en begin juni komen er weer nieuwe maatregelen.

Wat zou het fijn als we eens weg konden, een weekendje ofzo, gewoon er even tussenuit.

Vera de kip

Het was weer een heerlijke warme dag, Roy werkte, ondanks dat het zondag was, vrolijk verder. Hij moest een laurier snoeien wat voor een muurtje stond waar hij aan moest werken. Op de grond lagen een grote stapel lauriertakken. ik haalde de blaadjes van een aantal takken, om te drogen, wat een voorraad voor jaren opleverde.

Na wat werken op de computer, haalde ik nog wat onkruid uit een border. Roy liep langs, hij was klaar met werken. Op weg naar de gereedschapsschuur hoorde hij gefladder in het kippenhok. Hij ging kijken, hing kip Vera verstrengelt met het macrame-net wat het kippenhok afsloot. Vera wilde waarschijnlijk het hok in en kwam vast te zitten in het net. “Lisa, kom even hier”, riep Roy dwingend. Ik legde direct mijn spullen neer en liep naar hem toe. “Als jij de kip vasthoudt, probeer ik haar los te maken.” Vera was zo moe, misschien had ze wel een uur ondersteboven in het net gehangen, ze lag uitgeput in mijn armen. Af en toe deed ze haar ogen dicht. Roy friemelde en wurmde voorzichtig het touw van haar poot af. Ze was vrij snel los. Voorzichtig zette ik haar op de grond, ze kon haar poot niet gebruiken. Ik tilde haar weer op en zette haar in haar stal c.q. kippenhok. En deed de deur dicht, zo kon ze even tot rust komen. Roy haalde Lenny, ze haalde direct een glasje water met arnica uit haar huis, gaf Vera een slokje en lieten haar met rust. Ik had daarna niet meer gekeken hoe het met haar ging.

De volgende dag liep Vera er weer gewoon bij.

Eindelijk weer eens regen

In de middag betrok de lucht, de zonnige blauwe hemel van de ochtend had plaats gemaakt voor een grijs wolkendek en onweer gerommel in de lucht. De Auvergne ligt in het midden van Frankrijk, in Nederland hebben we een zeeklimaat, hier een landklimaat met wind uit verschillende streken waardoor een weersvoorspelling altijd weer anders kan zijn dan verwacht. De regen was voorspeld, maar was er nog niet, het rommelde, maar het zou best kunnen dat het onweer over waaide. Het was hier nog steeds windstil en heel rustig, de kinderen fietsen rondjes om de gite, Cedric had zelfs alleen een korte broek aan.

Roy timmerde nog steeds aan het houten huis, wat veel meer werk was dan van te voren ingeschat. Hij moest het hout aan de onderkant vervangen en is nu beton aan het gieten, balken aan het vervangen,constructies aan het verzinnen om het een beetje netjes af te werken, alles is scheef. Vanaf de camper was het linksaf de parkeerplaats af, dertig meter de doorgaande grindweg af en dan rechts, je kwam dan langs de tunnelkas waar Lora groenten en kruiden kweekt, en daarna bij hun huis. Als ik dan even langskwam om te kijken hoe het ging, legde Roy de problemen uit, om vervolgens te zeggen: “Wat is het toch leuk werk!” Waarop ik dan weer tevreden naar de camper terug ging, alles goed en wel. 

Terug in de camper kwamen Cedric en Alex langs. “Waar is Roy?” -”Bij het huis van Lora en Arnold“ “Kom Alex, we gaan Roy aanvallen!” Waarop Alex mij aankijkt en mij zogenaamd steekt: “Aanvallen!”. -”Nee, niet hier Alex, hier wordt niet aangevallen, niet boos gedaan tegen elkaar.” “Waarom niet?”, vraagt Cedric. “Omdat ik heel gevoelig ben.” Waarop Cedric moet lachen: “Nee joh!” “Kom Alex, we gaan Roy zoeken en aanvallen. Attaquer!” Dit dan allemaal in het Frans natuurlijk. En dan hoopte dat ik hetgeen zei wat ik denk dat ik had gezegd. 

Een half uur later begon het licht te waaien, het werd kouder, ik hoorde gerommel rond de camper, Roy was terug, gestopt met werken, hij haalde de was af. Dan moest ik ook maar in actie komen, ik liep naar buiten, we draaiden de luifel in, ruimde alle losse spullen voor de camper op en hoopte op een goede regenbui zodat de planten weer wat water hadden, want het had al meer dan een maand niet goed doorgeregend, de aarde was keihard. Hier in deze contreien was er voornamelijk zandgrond, ging je een paar kilometer verderop, dan was de grond alweer compleet anders. Toen we vorige week een rondje fietsten kwamen we langs de grote stal, twee kilometer verderop, ze waren een leiding aan het aanleggen, er was een geul gegraven, de aarde had hier een roestkleur en zag er meer kleiachtig uit. En dat op een paar kilometer afstand. Lora legde me van de week uit dat er hier een aantal aardplaten samen komen met verschillende grondsoorten, zodoende kan de grondsoort per boerderij verschillen. 

Een uur later kwam dan eindelijk de lang verwachtte regen. Echte regen, de eerste regen sinds zeven weken. 

Kippen en insecten

Rond vijf uur ‘s middags zat ik buiten met Roy, hij was klaar met werken, las een boek en bakte een eitje. Ik bestudeerde de kip die overal tegen pikte, er stond een glazen pot met amandelen op tafel (die overigens geen amandelen zijn maar nog steeds abrikozenpitten en dat van de biobulk afdeling). Kip snapte maar niet waarom ze er niet bij kon. Ze zag ze toch echt. 

Buiten was het stil, de lucht was gevuld met het zwaar gezoem van insecten, overal insecten, er hing een rups aan draadje onder de eikenboom en de vogeltjes zongen vrolijk hun lied. Het was bewolkt en windstil. Ik had Tigrou de kater op mijn schoot die ook heerlijk lag te soezen. De tijd stond stil, er was even niets. 

Totdat Roy op vloog en de kip wegjoeg: “Nou is het klaar met je gepik!” Wild zwaaiend met  zijn armen rende hij achter kippie aan. Kip gaf het op en rende de hoek om, richting kippenhok en de andere kippen. Tegelijkertijd kwam vanuit die hoek Luca aangefietst. “Ben je nou aan het lunchen? Het is bijna avondeten?!” “Ja, en straks eet ik gewoon weer!” Cedric kwam ook langs, tilde het stalen fietsenrek van de parkeerplaats op en nam het mee, hij is best sterk voor een zesjarige! Het was een lichtgroen fietsenrek voor drie fietsen, van draadstaal, het ziet er een beetje jaren vijftig uit maar zal vast niet zo oud zijn. Het fietsenrek moest naar hun speelveld. Luca, Cedric en Mira hadden allemaal spulletjes op een veld neergelegd. Ze hadden alle drie hun fiets bij zich, dus het fietsenrek moest ook naar hun nieuwe ‘huis’.  Het was zo heerlijk om ze zo te zien spelen, het deed me aan vroeger denken. Dat ik met mijn buurmeisjes huisjes maakte in de bosjes op het wandelpad achter de huizen. We verzamelden spullen van het grofvuil, richtten het mooi in, ging er een paar weken achter elkaar kijken en meestal was het dan die twee weken gesloopt door een paar stomme jongens.

Hier gebeurt zoiets niet. Geen stomme jongens te vinden. Geen vervelende dingen, maar ook geen verrassingen. Elk nadeel heb z’n voordeel, en vice versa.

Een sociaal leven in de Aldi

Vandaag spoedde ik me naar de Aldi. We kwamen hier altijd Nederlanders tegen. Bij de groenteafdeling kwam ik het stroopwafelvrouwtje tegen, ik geloof dat ze Mieke heet. We hadden haar afgelopen jaren al meerdere keren op de rommelmarkten en de gewone markt gezien, ik vroeg me af hoe het maar ging nu er geen rommelmarkten zijn. Ik zei: ”He stroopwafel vrouw, hoe gaat het, zo zonder de rommelmarkten?” -”Mmm, het staat op mijn voorhoofd he..STROOPWAFEL. Ze moest er wel om lache. “Ik sta nog wel op twee markten hoor en ik heb net mijn ronde gedaan bij drie winkels hier in de buurt waar ik mijn stroopwafels ook verkoop, dus het staat niet helemaal stil. En ik heb ook nog wel wat achter in mijn auto.” Knipoog. “Ja, misschien zie ik je zo.” Toen ik in de rij voor de kassa stond, was zij net aan het afrekenen, er stonden nog twee mensen tussen ons. Dat zal dan wel een andere keer worden, ik ga wel een keer naar het winkeltje in St.Menoux waar haar stroopwafels blijkbaar ook worden verkocht. Terwijl ik in rij stond, stond ze ineens achter me met een zakje mini stroopwafels. “Kijk eens, voor jou, je moet ze wel snel opeten want de verkoopdatum is bijna verlopen.” -”Maar ik moet je daar toch iets voor geven?” “Nee, joh, de datum is toch bijna verlopen, neem maar”. -”Wat lief, dank je wel!” Wat is het toch fijn als mensen met je meedenken, goede klantenbinding! Had ik toch weer wat suiker in mijn tas, als het me zo wordt gegund dan kan het toch niet verkeerd zijn. Ik rekende af en liep naar buiten. Daar zag ik een Nederlandse camper met een ouder echtpaar. Ik wilde hun ervaringen wel eens weten, zij reden rond terwijl er nu controle zou kunnen zijn voor de lockdown. Ze bleken in de buurt te wonen en ze ging niet ver weg. Ze reden altijd in hun camper, ze waren vlak voor de lockdown nog in Spanje en Portugal geweest. Ook zij hadden nog geen controle gehad. De Auvergne scheen de streek te zijn met het minst aantal corona besmettingen. We praatten wat over de gesloten déchetterie en de vrouw vroeg zich af waarom de tandarts zijn deuren wel alweer mag openen en de kapper niet. De kapper, het schijnt nogal een ding te zijn. Ik heb de afgelopen anderhalf maand best wat mensen over hun haar horen praten, men miste hun kappersbeurt. Het scheen zelfs zo te zijn dat in Denemarken vorige week de kappers weer aan het werk mochten en dat de afspraken website crashte omdat iedereen een afspraak wilde maken. Dus tip van de week: Laat je omscholen tot kapper, dan heb je altijd werk.

Yoga en Istanbul

“I let go of fears and open my heart. Start journaling. Let the words come out on the paper. Write down your fears and let them go.” 8:23 Brett Larkin zit, just for fun, met haar benen in een spagaat in haar dagboek te schrijven op het youtube filmpje. Dit keer een lange les van een half uur. Thema van deze dag was ‘heart opening’. Terwijl ze moeilijke posities aanneemt en gewoon doorpraat, probeerde ik het tempo bij te houden. Ik moest er niet aan denken ook nog te praten in de kamelen houding. Het is een klassieker, kreunen en steunen en yogajuf die alles moeiteloos voor doet. 

Sinds twee weken deed ik iedere ochtend yoga, deze keer wilde ik een langere sessie, ik koos er een van een half uur, maar ja als je vijf minuten in je dagboek moet schrijven valt daar alweer een deel vanaf. Ok, mijn angsten, wat zijn mijn angsten? Op dit moment heel praktisch, dat we dit jaar niet af kunnen maken. Dat we door gezondheidsproblemen naar Nederland moesten. Door een gek virus bijvoorbeeld, of een hernia, mijn rug wilde maar niet beter worden, ondanks de dagelijks yoga. Roy had al sinds een maand iets in zijn oog wat maar blijft irriteren. “Stop journaling and close your eyes.”

Ik maakte mijn yogasessie af en at met Roy buiten voor de camper een gebakken ei met spek, tomaat en kaas. We gingen ieder ons weg, Roy ging verder met het herstelwerk van het houten huis en ik zou een consult hebben, wat uiteindelijk niet door ging en verplaatst werd naar de middag. Na nog een uurtje aan een website te hebben gewerkt en wat emails verwerken, was het alweer tijd voor lunch.

De middag vloog voorbij met huishoudelijk werk, ik knipte en passant nog even mijn haar, haalde daarna de stofzuiger door de camper en we streken samen met Lenny in het namiddag zonnetje neer met een drankje, olijven, kaas en cashewnoten.

Na het eten kreeg ik zin om weg te gaan, maar ik ben op de omgeving uitgekeken. Ik voelde me even ontevreden, altijd maar datzelfde uitzicht. Dezelfde mensen, dezelfde dieren. Hoe lang moest dit nog duren. Ik installeerde me met thee, maiswafels met boter en jam op de bank en dook in een slechte Turkse serie die zich afspeelde in Istanbul. Waardoor ik dan toch even weg was.

Ik wilde rijden! Ik wilde dat doen, waar we voor op pad waren gegaan…

Fietsen rond St.Menoux

De dag begon met de grote witte muskuseend die dacht dat hij een mus was. De muskuseend woont in het kleine meertje wat is aangelegd voor de brandweer. Elke dag komt hij naar de huizen gelopen, voor de gezelligheid, dan kijk hij je aan, zegt kwak en staat even stil. Ik zeg dan hallo eend en we lopen allebei weer door. Eend probeert aansluiting te krijgen bij de drie ganzen, dan loopt hij achter ze aan, maar ze moeten niets van hem hebben. “Maar ik ben je vriend…” -Echt niet, ga weg joh. Keihard. Eend is altijd alleen, terwijl er wel een vrouwtjes eend is. Die zwemt nu in het meertje met haar vijf kuikens. Maar ze zijn dus nooit samen. Deze ochtend vloog eend eerst op het dak van het schuurtje links op de parkeerplaats en vloog daarna hoog in de boom, in de oksel van een grote tak, waar een klein plateautje was waar je lekker op kon zitten. Na wat draaien zat hij daar een kwartiertje. Wij ontbeten binnen en toen ik na tien minuten weer even naar buiten keek, was hij weg.

Roy wilde sigaretten en brood kopen en kaarten op de post doen. De afgelopen week had Roy zes briefkaarten getekend, “Groeten uit Frankrijk”, met ons erop met latex handschoenen en mondkapjes en grapjes. Ik kleurde de kaarten in met verf en beschreef de achterkant. Dat is best lastig in deze moderne tijd waarin je elkaar elke dag met Whatsapp kunt spreken, je via Instagram en Facebook alles kunt volgen en telefoneren haast niets meer kost.Wat moet je elkaar dan nog op een briefkaart vertellen? Het is even een mindswitch, alleen ‘groetjes van ons’, was wat lullig vond ik, dus ik schreef maar wat algemene dingen, dat we hen misten en we hen snel weer wilden zien na de lockdown, wat ik ook echt hoop, want zo lang vastzitten is voor niemand leuk en het voelt alsof we hier al een half jaar zitten in plaats van anderhalve maand.

Lunch! Lora had weer een zakje sla op tafel gelegd, de schat! Waar heb je dat nou, dat er iedere keer wat verse groenten op je tafel achtergelaten werd. Maar ja, ik had nu nog best veel groenten op te eten, want het blijft niet lang vers. De doorgeschoten tuinkers, melde en koriander moesten ook nog op. ik legde de sla in de koelkast en besloot de bladgroenten van gisteren eerst op te maken. Ik bakte een uitje en knofje, sneed al de groenten. Deed wat olijfolie met komijnzaad en gerookte paprikapoeder in de koekenpan, alle bladgroenten erbij en een in stukjes gesneden tomaat, wat zout en chilipeper, even laten pruttelen. Het had wat vocht nodig, er stond nog een groot glas koude kruidenthee op het aanrecht. Ach wat, dat kan er best door. Dus ik schonk er steeds wat thee bij. Even stoven. In de blender met wat roomkaas en nog wat koude thee. Afgetopt met een klein handje pompoenpitten voor de crunch. Mmm. Ik besmeerde twee grote plakken kalkoenfilet ruim met de spread, rolde de plakjes op, et voila, lunch. Ik had echter nog veel spread over, en lepelde zo heel het bakje leeg. Heerlijk! Wat is het leven toch goed! Als je denkt dat ik Roy was vergeten dan kan ik je geruststellen, hij had al eerder een stuk focaccia op. 

We vulden allebei ons attestation formulier in voor de politie, vertrek: half drie, we mogen officieel een uur van huis blijven. We stapten op de fiets richting St.Menoux. Halverwege St. Menoux kom je een onverhard pad tegen waar ze een wandelroute van hebben gemaakt. Zo kun je helemaal door het groen naar St. Menoux lopen, of andere wandelpaden kiezen voor een langere route. Op het laatste moment besluiten we om op dit pad te gaan fietsen. Beetje hobbelig maar verder gaat het prima, en je weet dat je op deze paden geen politie tegen komt. Onderweg kwamen we nog twee jongens tegen op hun mountainbikes, let op, verderop in het dorp staat bij de rotonde de gendarmerie te controleren. Dank je wel jongens! 

Omdat we zo lekker bezig waren besloten we een zijpad in te gaan, dus niet direct naar St. Menoux te fietsen, want anders waren we zo snel klaar. Naar St. Menoux is het drie kilometer fietsen. We sloegen in plaats van links, rechtsaf. Reden bergafwaarts, heuvel op, even flink doorwerken. Kwamen langs mooie oude boerderijen, zagen een oude Renault 4. De tijd lijkt hier nog steeds stil te staan. De kleur van de koeien was hier anders, rondom La Caille staan er overal alleen maar witte koeien. Maar ten zuiden van St. Menoux zagen we alleen maar rode koeien. Rode koeien in velden met heel veel kleine gele bloemetjes. We reden na een paar kilometer toch weer op een verharde asfaltweg, we konden kiezen om nog verder onverhard en mooi groen te rijden, maar dan zouden we wel steeds verder weg van St. Menoux rijden. 

Dan toch maar recht toe recht aan naar het dorp. Onderweg kwamen we meerdere koppels tegen die aan het wandelen waren. Officieel moet je dat dus alleen doen, maar ja, ondertussen, na zes weken lockdown begint het geduld op te raken. Als we deze weg uit zouden rijden kwamen we bij de rotonde in het dorp. Roy ging vijftig meter voor me fietsen zodat we niet als stelletje fietsten, wat de politie waarschijnlijk toch niet gelooft, twee Nederlanders, allebei op de fiets, wat niemand hier doet en dan zeggen dat je niet samen bent, maar goed. Eenmaal bij de rotonde was er niemand meer. Dus niets aan de hand. We sloegen linksaf, reden het dorp in. Maar het hotel, restaurant, bar, tabac was dicht. Briefje op de deur: Alleen op van negen tot één uur. Terwijl ze vorige week nog heel de dag open waren. Alles veranderde per week, de klandizie blijft weg, dus waarom zo lang open blijven. 

We liepen naar de bakker, ook dicht met hetzelfde briefje, alleen open in de ochtend. Gelukkig kan een postbus nooit gesloten zijn, Roy deed de kaarten in het gleufje. Eén missie geslaagd. We hadden in ieder geval lekker een uur gefietst. Over de gewone wegen reden we weer naar La Caille. Ik stak mijn hoofd onder de koude kraan, dronk water en pufte uit. Het was best warm als je fietste. Deze week was het een beetje bewolkt, rond de twintig graden, soms wat lichte regen.

Ik besloot toen toch maar weer te gaan werken. Ik was zo lekker bezig. De avond vulde zich ook met verder werken. Roy downloadde voor het eerst een serie van Netflix en hing in standje relax en zo voegden wij ons langzaam naar ons bedje toe.

Zomaar een zondag op La Caille

Echt een zondag, het was een wat grijze miezerige regen dag. Ik deed mijn yoga, keek Netflix, een slechte serie die zich afspeelt in Istanbul, waardoor ik toch bleef kijken, gewoon om plaatjes van Istanbul te zien, schreef in mijn dagboek, we ontbeten laat. Lekker suffig. Na het ontbijt liepen we naar het pompiers meertje waar de moedereend woont met haar vijf kuikens die drie dagen terug zijn geboren, de drie ganzen waren dan op dat moment ook net  in het meer, een van de mannetjes ganzen terroriseerde moeder eend, hij joeg ze net zolang op tot ze op de waterkant zat. De andere twee ganzen leken zich voor hem te schamen, ze waren al eerder uit het meertje gestapt en zaten achter een bosje te wachten tot macho gans naar hen toekwam. “Lieve schat ,waarom moet dat toch altijd zo?” GAKGAKGAK! Eikel. We bleven kijken, wilden er wel wat aan doen, maar deden niets, ze moesten het toch zelf uitzoeken. Enigszins gedesillusioneerd over wat een sprookjesachtig tafereel had moeten zijn gingen we de dag beginnen, Roy ging terug naar de camper, ik naar het kantoortje in de gite, maar eigenlijk had ik helemaal geen zin meer om te schrijven. Lotte stuurde een app: er waren veel groenten in de kas en ik kon mijn bestelling aan haar doorgeven, dan werd het bij ons thuis bezorgd. Hoe geweldig wil je het hebben! Luca van zeven plaatst dan de bestelling in haar fietsmandje en rijdt het naar iedereen toe. Heel erg leuk.

Eenmaal terug bij de camper maakte ik dan maar een lekkere warme lunch van de groenten  en wat gehakt en ik bakte ook wat plakjes walnootbrood in olijfolie, mmm.

Na de lunch nestelden we ons aan de overkant van de parkeerplaats, onder de grote eik, daar is goed wifi bereik. We hadden een video afspraak met Maria en Daan, vrienden van ons in Rotterdam. Het regende heel zachtjes. Maar met een kop thee en gezelligheid merkte je daar niets van. Toch fijn om weer wat vrienden te spreken. We houden het vrienden en familie contacten gevoel vast. Roy tekende nog wat ansichtkaarten en ik  beschreef ze, snailmail. Postzegel erop; hoe lang is het geleden dat ik een postzegel heb geplakt? Lang. Ondertussen is het alweer eind van de middag, het bloed begint te kriebelen, we hebben nog niets fysieks gedaan, we moesten iets doen! 

Clarice was bezig de pingpong zolder op te ruimen, we keken erop uit vanaf de parkeerplaats, het is de zolder waar we de trap van hadden gemaakt en ik al een week bezig was met het schilderwerk. Zo langzamerhand wordt alles weer opgeknapt en opgeruimd, heerlijk. Ik kreeg zin om nog een deur bij datzelfde gebouw in de beits te zetten. Schuurde het even op, kwast erover. Daarna moest dan ook het plantenhoekje ernaast nog afgemaakt worden. Ik haalde verderop de weg nog wat wilde sedum planten uit de berm en zette ze in de border die ik vorige week heb opgeknapt. Er moest nog wat bij, maar ik wist nog niet wat. Komt vast nog wel een keertje.

Roy werkte verder aan het houten huis waar Lora en Arnold in wonen, de onderkant was rot. Hij had al te rotte hout afgezaagd, vervangen door nieuw hout en een gegoten betonnen band. Nu was het klaar en kon hij het tachtig centimeter hoge afdakje voor de houtopslag weer terugplaatsen. Het afdakje was bedekt met dakpannen, het was even passen en meten met de verschillende dakpannen maar het is gelukt. Zo! De rust was weer terug, kunnen we weer heel ontspannen als jut en jul voor de camper zitten.